Hoe een microbolometer warmtebeeldsensor werkt: stap-voor-stap uitleg

E
Erik Jansen
Thermografie-specialist & Redacteur
Warmtebeeldcamera Technologie en Specificaties · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Een microbolometer is het hart van elke moderne warmtebeeldcamera. Zonder deze minuscule sensor zou je geen enkele temperatuurverschil kunnen zien in het donker of op afstand. Het is een briljante combinatie van infraroodtechnologie en nanotechnologie die in je camera zit verstopt. In dit artikel leg ik je exact uit hoe zo'n sensor functioneert, van de binnenkant van de lens tot het beeld op je scherm.

Wat je nodig hebt: de basisprincipes

Voordat we in de technische details duiken, moet je begrijpen dat een microbolometer geen licht vangt zoals een normale camera. Het vangt warmtestraling op. Je hebt geen zichtbaar licht nodig, maar wel een temperatuurverschil tussen objecten.

De sensor werkt volledig passief. Om het proces te volgen, heb je geen fysieke materialen nodig, maar wel een basiskennis van drie concepten:

  1. Infraroodstraling: Alles boven het absolute nulpunt (-273,15°C) zendt warmte uit. Hoe warmer, hoe meer straling.
  2. Resistieve verandering: Materialen veranderen hun elektrische weerstand als ze opwarmen of afkoelen.
  3. Micro-elektromechanische systemen (MEMS): De bouwblokken op microniveau die de sensor vormen.
Pro-tip: Een microbolometer heeft geen cryogene koeling nodig (zoals oudere detectoren). Dat maakt de camera compact, stil en goedkoper.

Stap 1: Infraroodstraling vangen

Het proces begint bij de lens. Niet elke lens is geschikt; de lens moet doorlatend zijn voor langgolf infrarood (LWIR), meestal tussen de 8 en 14 micrometer. Gewoon glas of kunststof blokkeert deze straling. Tijdsindicatie: De reistijd van straling van object naar sensor is verwaarloosbaar (nanoseconden).
Veelgemaakte fout: Een ongeschikte lens (bv. normaal glas) blokkeert de IR-straling volledig, waardoor je een zwart beeld krijgt.

  1. De lens materialisatie: De lens is vaak gemaakt van Germanium (Ge), Chalcogenide glas of Zink Selenide (ZnSe). Deze materialen zijn duur maar essentieel.
  2. Focal Plane Array (FPA): Achter de lens bevindt zich de sensorchip. Deze bevat een rooster van pixels (bijvoorbeeld 160x120 of 640x480). Elk pixel is een microbolometer.
  3. Stralingspad: De warmtestraling van een object passeert de lens en valt direct op het absorberende oppervlak van elke individuele bolometer.

Stap 2: Warmte omzetten in weerstand

Zodra de infraroodstraling de pixel raakt, begint het echte werk. De pixel is opgebouwd uit een absorberend materiaal dat thermisch geïsoleerd is van de rest van de chip. Specificatie: Een typische TCR voor microbolometers is ongeveer 2% per Kelvin. Een temperatuursverandering van 1 graad Celsius verandert de weerstand met 2%.
Veelgemaakte fout: Denken dat de pixel direct een elektrisch signaal afgeeft. Dit is nog niet het geval; het is slechts een weerstandsverandering. Raadpleeg onze microbolometer warmtebeeldsensor checklist voor meer technische details. Bekijk onze checklist voor warmtebeeldsensoren voor meer technische aandachtspunten.

  1. Absorptie: Het oppervlak van de pixel (meestal een dun laagje van Titaannitriet (TiN) of een polymer) neemt de warmte op. De temperatuur van deze micropixel stijgt of daalt lichtjes, afhankelijk van de intensiteit van de straling.
  2. Thermische isolatie: De pixel hangt aan zeer dunne siliciumbruggetjes (slechts enkele nanometers dik). Dit zorgt ervoor dat de warmte niet direct weglekt naar de chip, maar alleen de pixel zelf opwarmt.
  3. Weerstandsverandering: De pixel bevat een materiaal met een hoge temperatuurcoëfficiënt (TCR). Als de pixel opwarmt, verandert de elektrische weerstand van het materiaal. Meestal geldt: hoe warmer, hoe lager de weerstand.

Stap 3: Uitlezen van de weerstandsverandering

De sensor kan de weerstand van elke pixel niet direct meten zonder deze te verstoren. Daarom gebruikt de chip een speciaal uitleescircuit.

  1. De brugschakeling: De chip gebruikt meestal een Wheatstone-brugconfiguratie. De bolometerpixel fungeert als een weerstand in deze brug. De brug wordt gestabiliseerd door een constante stroomtoevoer.
  2. Versterking: De kleine spanningsverandering die ontstaat door de weerstandsverandering is minimaal. Deze moet worden versterkt. De versterkingsfactor hangt af van het temperatuurverschil dat je wilt meten.
  3. Signaal-ruisverhouding (NETD): De kwaliteit van de bolometer wordt bepaald door de NETD (Noise Equivalent Temperature Difference). Een lage NETD-waarde (bijvoorbeeld minder dan 50 mK) betekent een scherper beeld bij weinig temperatuurverschil.

Tijdsindicatie: Het uitlezen van de volledige array (bijv. 30 frames per seconde) gebeurt in milliseconden.
Pro-tip: Kies voor een camera met een NETD onder de 60 mK voor professionele inspecties (bv. bouw of elektra).

Stap 4: Beeldvorming en kalibratie

Het elektrische signaal is nu klaar om omgezet te worden naar een beeld. Dit is waar de software en hardware samenwerken.

  1. Digitale conversie: Een Analog-to-Digital Converter (ADC) zet de analoge spanning om in digitale data. Een 14-bit ADC biedt 16.384 grijstinten, wat essentieel is voor fijn temperatuuronderscheid.
  2. Non-Uniformity Correction (NUC): Omdat elke pixel net iets anders reageert, heeft de camera een kalibratie nodig. Dit gebeurt via een interne referentiebron (vaak een klein, stabiel warmte-elementje op de chip). De software corrigeert afwijkingen per pixel.
  3. Kleurpaleitjes: De grijswaarden worden gekoppeld aan een kleurenmap (bv. Ironbow, Rainbow, Heatmap). Dit maakt temperatuurverschillen visueel herkenbaar.

Veelgemaakte fout: De NUC-knop indrukken tijdens metingen. Doe dit alleen als de camera rustig hangt, anders verstoren de bewegingen de meting.

Stap 5: Temperatuurmeting en interpretatie

De pixel zelf meet geen absolute temperatuur, maar relatieve straling. In deze uitgebreide gids over thermische sensoren leest u hoe meer data zorgt voor een exacte temperatuurmeting.

  1. Emissiviteit (ε): Je moet de camera vertellen hoeveel warmte het object zelf uitstraalt ten opzichte van een ideale straler. Voor matzwarte objecten is dit 0,95, voor glanzend aluminium soms maar 0,10. Zonder deze correctie klopt de meting niet.
  2. Afstandscompensatie: De atmosfeer absorbeert een deel van de IR-straling. Over een afstand van 10 meter kan dit al invloed hebben op de meting. Moderne camera's vragen om de afstand in te voeren.
  3. Hotspot-detectie: De software markeert de hoogste en laagste temperaturen in het beeld (Spot Meter). Dit helpt bij het snel vinden van fouten in isolatie of elektrische componenten.

Specificatie: Een goede warmtebeeldcamera heeft een temperatuurbereik van -20°C tot +1500°C (afhankelijk van het model).
Veelgemaakte fout: Vergeten de emissiviteit aan te passen. Een meting op RVS lijkt vaak kouder dan het is omdat de emissiviteit laag is.

Verificatie-checklist

Gebruik deze checklist om te controleren of je de werking van een microbolometer correct begrijpt en toepast:

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Infraroodstraling en warmtebeeldvorming: complete gids 2026 →
E
Over Erik Jansen

Erik Jansen is thermografie-specialist met meer dan 15 jaar ervaring in bouwinspectie en industriële thermografie. Als gecertificeerd thermograaf (Level II) deelt hij zijn kennis over warmtebeeldcamera's, thermische analyse en praktische toepassingen.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips en reviews. Geen spam.
Geen spam. Je gegevens worden niet gedeeld.