Hoe emissiegraden correct instellen voor nauwkeurige metingen

E
Erik Jansen
Thermografie-specialist & Redacteur
Thermografie Opleiding en Certificering · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Een verkeerde emissiegraad is de meest voorkomende oorzaak van foute warmtebeeldmetingen. Je camera kan nog zo duur zijn, als je de emissie-instelling verkeerd hebt, loopt je analyse volledig spaak.

Je meet geen temperatuurverschillen van 5°C, maar in werkelijkheid is het maar 1°C. Of erger: je ziet een 'hotspot' die er helemaal niet is.

In de thermografie is nauwkeurigheid het enige wat telt, en die begint bij de basis: emissie. Emissiegraad (ε) bepaalt hoeveel straling een object uitzendt vergeleken met een ideale straler. Een waarde van 1.0 betekent perfecte straling, terwijl 0.0 betekent dat het object alles reflecteert. De meeste materialen zitten daar ergens tussenin.

Zonder deze correct in te stellen, schiet je met een losse flodder.

Deze handleiding leert je stap voor stap hoe je emissiegraden correct instelt voor daadwerkelijk betrouwbare metingen.

Wat je nodig hebt voordat je start

Voordat je je camera aanzet, zorg je dat je de juiste tools en omgeving op orde hebt. Dit is de fase waarin veel amateurs de fout in gaan door te haasten. Neem de tijd om je spullen te verzamelen. Je hebt het volgende nodig:

Pro-tip: Gebruik nooit aluminiumfolie als referentie. Folie reflecteert externe warmtebronnen en is vaak te glad voor een goede meting. Plakband is goedkoper en betrouwbaarder.

Stap 1: Analyseer het oppervlaktemateriaal

De emissiegraad hangt volledig af van wat je meet. Grote fout: alles op '0.95' zetten omdat je denkt dat 'het wel snor zit'.

Dat is als autorijden met je ogen dicht. Kijk eerst naar het materiaal. De meeste niet-metalen materialen hebben een hoge emissie.

Denk aan hout, beton, verf, kunststof en rubber. Hier mag je vaak uitgaan van 0.90 tot 0.95.

Metaal is het grote boefje. Onbewerkt aluminium of koper heeft een extreem lage emissie, soms wel 0.05.

Dat betekent dat je bijna niets meet van het metaal zelf, maar alles wat erop reflecteert. Let op de toestand van het oppervlak. Een verouderde, matte laag verf straalt beter dan een gloednieuwe, glanzende lak. Roest of oxidatie verhoogt de emissie van metaal aanzienlijk.

Gebruik je gezond verstand: als het glanst, is de emissie laag. Als het mat en ruw is, is die hoog.

Veelgemaakte fouten bij materiaalanalyse

Stap 2: Kalibreer met een referentiepunt

Hier wordt het echt. De truc om een onbekend materiaal correct te meten, is door het te vergelijken met iets dat je kent.

Dit is de kalibratiemethode die professionals gebruiken. Plak een stuk standaard elektrisch plakband (duct tape) op het object dat je wilt meten. Zorg dat de tape goed aansluit en geen luchtbellen bevat. De emissie van deze tape is constant 0.95.

Richt je camera op de tape en stel de emissie in op 0.95. Laat de camera even stabiliseren (5-10 seconden) en lees de temperatuur af van de tape.

Laten we zeggen dat je 72°C meet. Zoom nu in op het naakte materiaal ernaast.

Verander de emissie-instelling NIET. De camera denkt nu dat alles wat hij ziet, dezelfde straling uitstoot als de tape. De camera berekent de temperatuur op basis van die foute assumptie.

De temperatuur die je nu afleest, is incorrect, maar de straling is hetzelfnde. De kunst is nu om de emissie van het materiaal zo aan te passen tot de temperatuur op het materiaal gelijk is aan de temperatuur die je net op de tape mat.

Omdat je de temperatuur niet echt kent, draai je eigenlijk aan de knop totdat de kleurverdeling op het materiaal logisch lijkt ten opzichte van de tape. In de praktijk werkt dit sneller: stel de emissie van het materiaal in op een lage waarde (bijv. 0.20) en verhoog deze langzaam tot de temperatuurwaarde op het scherm stopt met stijgen. Op dat punt heb je de juiste emissie te pakken.

Stap 3: De juiste waarden instellen en verfijnen

Je hebt nu een inschatting. Laten we dit verfijnen.

De meeste camera's werken met stappen van 0.01 of 0.05. Wees precies.

Voor de meeste toepassingen in bouw en installatietechniek kom je uit op deze waarden: Als je een meting doet op een radiator, zit je vaak op 0.90 (verf). Op een koperen leiding zonder verf zit je op 0.05. Het verschil in ingestelde emissie bepaalt of je een temperatuurverschil van 20°C ziet of slechts 2°C.

Waarschuwing: Vermijd reflecties. Een warmtebeeldcamera ziet straling, niet alleen van het object, maar ook van wat het object reflecteert. Een glanzende metalen pijp reflecteert de koude wand erachter, waardoor je denkt dat de pijp koud is terwijl hij warm is. Gebruik mat verf of een niet-reflecterende sticker om dit te verhelpen.

Stap 4: Factoren die je meting beïnvloeden

Zelfs met de juiste emissiegraad kan je meting mislukken; dit beïnvloedt de meetnauwkeurigheid aanzienlijk. De omgeving is net zo belangrijk. Er zijn drie grote boosdoeners: afstand, hoek en omgevingstemperatuur.

Afstand: Elke camera heeft een minimale afstand tot het doelobject. Dit heet de Instant Field of View (iFOV). Te ver weg?

De meting is een gemiddelde van de pixels eromheen. Te dichtbij? De lens kan niet scherpstellen.

Houd je aan de minimale afstand in de handleiding (vaak 10-50 cm). Hoek: Richt je camera loodrecht (90 graden) op het oppervlak. Een hoek van 45 graden verlaagt de effectieve emissie en zorgt voor reflecties van andere objecten. Hoe schuiner, hoe slechter de meting. Omgangstemperatuur: Als je een warme leiding meet in een koude kelder, is het contrast groot.

Als je diezelfde leiding meet in een hete zolder, is het contrast klein.

Zorg dat je weet wat de omgevingstemperatuur is en houd rekening met het feit dat de camera een 'delta' (verschil) berekent.

Stap 5: Verificatie en het controleren van je data

Je bent klaar met meten. Nu moet je controleren of het klopt.

Doe je dit niet, dan bouw je vertrouwen op in foute data.

Controleer je beeld op 'koude lekken' die er niet horen. Als je een warmtebeeld van een kozijn ziet en de glasruit staat op 0.95, maar de aluminium rand eromheen ook, klopt er iets niet. De aluminium rand zou een veel lagere temperatuur moeten aangeven (of een andere kleur) als je de emissie correct hebt ingesteld.

Gebruik de 'spotmeter' (de meetpunten op je scherm). Zet er een op de tape en een op het materiaal.

Het temperatuurverschil moet logisch zijn. Als je tape op 70°C zit en het aluminium eronder op 68°C, maar je weet dat de bron veel heter is, is je emissie nogsteeds te hoog. Als je twijfelt, raadpleeg dan een tabel met veelgebruikte materialen en verhoog de emissie. De meeste fouten in thermografie liggen aan de lage kant.

Een te lage emissie zorgt voor een te hoge temperatuurmeting door reflecties; dit is een van de veelgemaakte fouten bij thermografie.

Een te hoge emissie zorgt voor een te lage meting.

Veelgemaakte fouten bij het instellen van emissie

Om je te behoeden voor teleurstellingen, hier de meest voorkomende fouten die ik zie terugkomen bij cursisten.

Verificatie-checklist

Gebruik deze checklist voordat je je meting afrondt of je rapport de deur uit doet. Als je op één vraag 'Nee' moet antwoorden, begin dan opnieuw. Als je je hieraan houdt, zul je merken dat je metingen stabieler en betrouwbaarder worden.

Thermografie is een wetenschap van uitsluitingen. Door je emissie correct te zetten, sluit je de grootste variabele uit en blijft er zuivere data over.

Oefen dit op bekende materialen totdat het een gewoonte wordt. Je camera is een instrument, de instellingen maken de meting.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
Thermografie cursus volgen in Nederland: complete gids 2026 →
E
Over Erik Jansen

Erik Jansen is thermografie-specialist met meer dan 15 jaar ervaring in bouwinspectie en industriële thermografie. Als gecertificeerd thermograaf (Level II) deelt hij zijn kennis over warmtebeeldcamera's, thermische analyse en praktische toepassingen.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips en reviews. Geen spam.
Geen spam. Je gegevens worden niet gedeeld.