Hoe een InfiRay warmtebeeldcamera gebruiken: tips en instellingen

E
Erik Jansen
Thermografie-specialist & Redacteur
Warmtebeeldcamera Merken · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Een InfiRay warmtebeeldcamera is een krachtig stuk gereedschap, maar alleen als je weet hoe je hem moet instellen.

Zomaar beginnen met filmen levert vaak onscherpe, misleidende beelden op die je niets vertellen over de temperatuurverschillen. Wil je echt zien wat er speelt – van koude tochtbruggen in huis tot hete lasnaden in de industrie – dan moet je de camera naar je hand zetten. Deze handleiding leert je stap voor stap hoe je je InfiRay optimaal configureert.

We gaan voorbij de standaardmodus en duiken in de instellingen die professionals gebruiken om nauwkeurige metingen te doen. Verwacht concrete getallen, tijdindicaties per handeling en waarschuwingen voor veelgemaakte fouten die je metingen waardeloos maken.

Wat je nodig hebt voordat je start

Voordat je de eerste knop indrukt, zorg je dat je materiaal op orde is. Een InfiRay-camera werkt uitstekend, maar alleen als de omstandigheden meewerken.

Je hebt meer nodig dan alleen de camera zelf. Allereerst de camera.

Of je nu een InfiRay P1, X3 of een van de andere modellen hebt, de basisprincipes zijn hetzelfde. Zorg dat de lens schoon is. Vetplekken of stof geven valse hotspots op je beeld.

Neem een microvezeldoekje en speciale lensreiniger. Gebruik nooit je shirt; dat krast de coating.

Daarnaast is een statief essentieel voor serieuze metingen. Handmatig vasthouden leidt tot bewegingsonscherpte, vooral bij hogere resoluties. Een licht statief van 500 gram tot 1,5 kg is voldoende voor de meeste handheld modellen. Zorg dat je de juiste batterijen of powerbank bij je hebt. Een lege batterij na 20 minuten tijdens een inspectie is doodzonde.

Pro-tip: Gebruik altijd de originele lensdop. Als je de camera loslaat, beschermt deze de dure sensor tegen krassen. Een kapotte lens betekent een reparatie van vaak €300 of meer.

Stap 1: Opstarten en kalibratie

De eerste minuut bepaalt de kwaliteit van al je metingen. Een InfiRay warmtebeeldcamera heeft tijd nodig om de sensor te stabiliseren.

Druk op de aan/uit-knop en wacht. De camera start op en voert een interne kalibratie uit.

Je ziet een animatie op het scherm. Forceer dit proces nooit door direct te beginnen met filmen. Laat de camera minimaal 2 tot 3 minuten opwarmen in de omgeving waar je gaat meten.

Als je vanuit een koude auto komt en direct gaat meten, is de sensor nog niet op temperatuur. Dit leidt tot een offset in je metingen; je meet soms wel 5°C tot 10°C afwijking. Wacht tot het groene lampje of het statusicoon aangeeft dat de medische warmtebeeldcamera klaar is. De volgende stap is de Non-Uniformity Correction (NUC). Dit corrigeert pixelafwijkingen.

Bij de meeste InfiRay-modellen druk je op een specifieke knop (vaak de M-knop of via het menu) of de camera doet het automatisch bij het opstarten.

Check dit in je handleiding. Een NUC uitvoeren tijdens je meting geeft een zwarte flits op het scherm – vermijd dit tijdens het opnemen.

Veelgemaakte fout: De camera direct na het aanzetten gebruiken voor precisiewerk. De sensor is nog niet gestabiliseerd, wat leidt tot korrelige beelden en onbetrouwbare temperaturen.

  1. Camera aanzetten: Druk de powerknop in (ongeveer 2 seconden).
  2. Wachten: Laat de camera 3 minuten opstarten en opwarmen in de ruimte.
  3. Check status: Zorg dat het 'Ready' icoon groen is (duurt 180 seconden).
  4. Handmatige NUC: Voer een NUC uit via het menu voordat je start (duurt 3 seconden).

Stap 2: Kies de juiste kleurpalet en resolutie

De standaardinstelling (vaak 'Ironbow' of 'Rainbow') is prima voor algemeen gebruik, maar niet voor analyse. De keuze van het kleurpalet bepaalt of je contrasten direct ziet.

Voor het opsporen van koudebruggen in gebouwen werkt 'White Hot' of 'Black Hot' vaak beter omdat het oog sneller contrast waarneemt in grijstinten. Resolutie is key. De meeste InfiRay-camera's hebben een resolutie van 256x192 of 384x288 pixels. Hoger is beter, maar het verbruikt meer batterij en geheugen.

Voor inspecties op afstand (bv. zonnepanelen op een dak) kies je de hoogst mogelijke resolutie.

Voor snelle inspecties dichtbij (leidingen) is een lagere resolutie vaak voldoende en schakelt de camera sneller. Stel je emissiviteit in (zie stap 3), maar kies eerst het juiste beeld. 'Ultra IR' is een modus die het dynamische bereik vergroot.

Handig voor scènes met zowel hele koude als hele hete objecten. Gebruik dit niet voor precisietemperatuurmeting, maar voor het vinden van problemen.

Let op: Vermijd het 'Rainbow' palet voor professionele inspecties. De overgangen tussen kleuren (geel naar rood) zijn vaak vertekend en geven een vals gevoel van temperatuurverschillen.

Stap 3: emissiviteit en temperatuurcorrectie instellen

Dit is waar de meeste gebruikers de mist in gaan. Een warmtebeeldcamera meet straling, niet direct temperatuur. Voor een stabiele meting is het correct instellen van een statief essentieel.

De emissiviteit (epsilon) vertelt de camera hoeveel straling het oppervlak uitstraalt ten opzichte van een ideale straler. Standaard staat deze vaak op 0,95, geschikt voor de meeste materialen. Maar voor nauwkeurig werk moet je dit aanpassen.

Materialen zoals RVS (epsilon 0,2 - 0,4) of aluminium (0,1 - 0,2) reflecteren veel warmte. Meet je hierop met een standaardinstelling van 0,95, dan meet je de omgevingstemperatuur, niet de objecttemperatuur.

  1. Emissiviteit openen: Menu > Meetinstellingen > Emissiviteit.
  2. Waarde instellen: 0,95 voor hout/betont/verf. 0,20 voor blank RVS. 0,05 voor spiegels.
  3. Omgevingstemperatuur: Voer de kamertemperatuur in (bv. 20°C) of laat de camera deze meten.
  4. Afstand instellen: Voer de afstand tot het object in (in meters) voor correctie van atmosferische storing.

Gebruik matte verf of plak een stukje elektrische tape (epsilon 0,95) op het object voor een echte meting.

Daarnaast moet je de omgevingstemperatuur invullen. Als je binnen meet maar de camera denkt dat het buiten is (of omgekeerd), klopt de compensatie niet. InfiRay-camera's hebben een ingebouwde thermometer voor de omgeving, maar controleer deze handmatig. Tijdindicatie: 3 tot 5 minuten voor het instellen van deze parameters. Dit is de meest tijdrovende maar cruciale stap. Veelgemaakte fout: Vergeten de emissiviteit aan te passen bij het meten van metalen.

Je meet dan de reflectie van de warmtebron naast het object, niet het object zelf. Dit leidt tot fouten tot 20°C.

Stap 4: Meten en beeld vastleggen

Nu de camera is ingesteld, ga je meten. De hoek waaronder je meet is bepalend.

Probeer een hoek van 90 graden ten opzichte van het oppervlak. Meet je onder een hoek kleiner dan 45 graden, dan neemt de effectieve emissiviteit af en neemt de reflectie toe. Je meet dan minder nauwkeurig.

Gebruik de focusring. Digitale focus is oké, maar optische focus is beter voor scherpte.

Draai rustig aan de ring tot de randen van het object het scherpst zijn. InfiRay-camera's hebben vaak autofocus, maar bij hoge temperaturen of kleine objecten kan dit falen. Handmatig bijstellen is dan noodzakelijk. Maak gebruik van de meetpunten (spots).

Plaats een spot op het interessante gebied om live de temperatuur te zien. Je kunt vaak meerdere spots plaatsen om het verschil tussen twee punten te zien (Delta T). Dit is essentieel voor isolatiecontroles.

Expert tip: Wacht 10 seconden na het richten op een nieuw object voordat je meet. Het oppervlak moet even acclimatiseren aan de sensor en de omgeving, vooral bij lage temperaturen.

Stap 5: Analyse en export van de data

Na het meten wil je de data vastleggen. De InfiRay slaat beelden op in het IRR-formaat (InfiRay Raw).

Dit formaat bevat alle temperatuurdata, zodat je later nog emissiviteit kunt aanpassen op de computer.

Gebruik de bijbehorende software (IRThermal) om deze bestanden te openen. Als je de beelden alleen voor rapportage gebruikt, exporteer ze dan als JPEG. Let op: een JPEG bevat alleen het kleurenbeeld, niet de ruwe temperatuurdata.

  1. Terugkijken: Ga naar de galerij op de camera.
  2. Check data: Open een snapshot en check de gemeten temperatuurwaarden.
  3. Exporteren: Kopieer bestanden naar PC via USB of geheugenkaart.
  4. Software: Open .IRR bestanden in IRThermal voor analyse (duurt 5 minuten).

Voor professioneel werk gebruik je altijd het RAW-formaat. Check de opgeslagen metingen op scherpte en juistheid. Zoom in op het beeld op de camera zelf om te zien of de hotspot daadwerkelijk heet is of dat het ruis is. Ruis ziet er korrelig uit en verandert snel; een echte hotspot is stabiel.

Veelgemaakte fout: Alleen JPEG-bestanden opslaan en de RAW-data negeren. Als je later de emissiviteit moet corrigeren, kun je dat niet meer doen met een JPEG.

Verificatie-checklist

Gebruik deze checklist voordat je de deur uitgaat of je rapport afrondt.

Vink elk punt af om zeker te weten dat je metingen betrouwbaar zijn. Als je deze stappen volgt, is je InfiRay warmtebeeldcamera geen gadget meer, maar een professioneel meetinstrument. De tijd investeren in de juiste instellingen betaalt zich terug in accurate data en betrouwbare diagnoses.

Volgende stap
Lees het complete overzicht
FLIR warmtebeeldcamera: complete merkgids en productoverzicht 2026 →
E
Over Erik Jansen

Erik Jansen is thermografie-specialist met meer dan 15 jaar ervaring in bouwinspectie en industriële thermografie. Als gecertificeerd thermograaf (Level II) deelt hij zijn kennis over warmtebeeldcamera's, thermische analyse en praktische toepassingen.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips en reviews. Geen spam.
Geen spam. Je gegevens worden niet gedeeld.